Hulst

Hulst ontstond in de 11e eeuw als de nederzetting Hulust ter plaatse van de huidige Grote Markt. Hulst kreeg in 1180 stadsrechten van de Vlaamse graaf Filips van den Elzas en ontwikkelde zich tot een belangrijke vesting- en havenstad. Aanvankelijk was de Saxvliet de belangrijkste toegang tot de haven. De stad bloeide op door de aanwezigheid van de haven en de moernering die ten noorden van de stad plaatsvond. Het oudste zegel van Hulst uit 1226, toont St.-Willibrord. Latere zegels tonen een gekroonde klimmende leeuw, die nog steeds in het wapen van de stad voorkomt.

De stadsrechten werden in 1350 uitgebreid en in 1413 werd toestemming tot de aanleg van verdedigingswerken verleend. In 1453 werd de stad, tijdens de Gentse Opstand (ook: Zoutoorlog genaamd), vrijwel geheel verwoest. Van 1453-1477 werden de wallen en poorten versterkt, maar de Gentenaren brandschatten de stad opnieuw in 1485 en 1491.

In 1458 vestigden zich de Minderbroeders te Hulst.

Nadat het omliggende gebied in 1585 was geïnundeerd, schuurde het Hellegat uit en werd dit de nieuwe haven. In 1591werd voor het eerst een beleg voor Hulst geslagen en wel door Maurits van Nassau, de latere prins van Oranje, die de stad binnen vijf dagen veroverde. Vijf jaar later vond een hernieuwd beleg plaats, waarbij Hulst werd heroverd door Albertus van Oostenrijk.

Van 1615-1621 werd de stad door de Spaansgezinden voorzien van de uitgebreide vestingwerken die ook tegenwoordig nog te zien zijn. Tijdens de slag bij Hulst in 1640 kwam Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz om het leven. Het lukte de Staatsen toen niet om Hulst in te nemen. In 1645 belegerden de Staatsen onder leiding van prins Frederik Hendrik van Oranje de stad Hulst en het Hulsterambacht opnieuw. Ze heroverden deze op de Spanjaarden. Onder zijn bewind was handel op de Schelde verboden en verloor Hulst zijn betekenis als handelsstad. Hulst maakte formeel tot 1648 (Vrede van Münster) met de rest van Zeeuws-Vlaanderen deel uit van het Graafschap Vlaanderen en was een dochterstad van Gent.

Verschillende abdijen hadden in Hulst een refugehuis, waaronder de Abdij van Boudelo, de Abdij van Cambron en die van Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen.

De vesting bleek in 1702 de Franse troepen te kunnen weerstaan, maar in 1747 kwam de vesting wel in Franse handen, hetgeen in januari 1749 als uitvloeisel van de Vrede van Aken (1748) werd beëindigd. De Fransen veroverden de stad opnieuw in 1792.

In 1795 werd de haven opgeheven: Het Hellegat was verzand en wat er van over was werd ingepolderd. Bebouwing buiten de vestinggordel was vooralsnog niet toegestaan, doch in 1816 werd de vesting opgeheven en in 1845 werd ze aangekocht door de stad, en ze bleef intact. Pas ná 1860 begon er enige bebouwing buiten de vestinggordel te ontstaan. Ook kwam er in 1871 een spoorwegstation, dat echter in 1952 werd opgeheven. In 1861 kwam er een Liefdesgesticht nabij het refugiehuis van de Abdij van Baudeloo. Dit werd in 1968 afgebroken. Pas vanaf omstreeks 1920 was er sprake van uitbreidingsplannen buiten de vestinggordel.

Hulst werd op 20 september 1944 bevrijd door de Poolse 1e Pantserdivisie. Hierbij verloor de Sint-Willibrordusbasiliek haar torenspits. Deze werd later door een betonnen bouwsel vervangen. Stemvorken omringen de klokken en bovenaan staan engelen naar het kruisbeeld gekeerd.

De stad Hulst zelf is een beschermd stadsgezicht en daarmee één van de zeventien beschermde stads- en dorpsgezichten in Zeeland. De stad telt 68 rijksmonumenten

x

Filter resultaten

Toon het aanbod
Plaats
Type
Prijs klasse
Bouwjaar vanaf
Woonoppervlak vanaf
Aantal slaapkamers
Open Huis

Woningaanbod

46 panden gevonden
Filter resultaten